|
Veel voorbereidend werk verrichtte de Stichting Voor de Stad Voor de Club door het bedrijfsleven te interesseren voor de revitalisering van ADO Den Haag. Het streven is het betaald voetbal in Den Haag weer duurzaam op het hoogste nationale niveau (Eredivisie) terug te brengen. De Gemeente Den Haag, die dit streven ondersteunt, gaf het adviesbureau Boer & Croon de opdracht de haalbaarheid te onderzoeken van de bouw van een nieuw stadion. De onderzoekscommissie stond onder leiding van Jacques Ruts, oud-voorzitter van PSV. De commissie oordeelde positief, waarna rond de jaarwisseling 2000-2001 de Stichting Stadion Ontwikkeling werd opgericht. Een van de doelstellingen van de stichting is het ontwikkelen van het nieuwe stadion in Haaglanden in samenhang met het opnieuw tot leven brengen van ADO Den Haag. Op grond van een beleidsplan is de stichting door de Gemeente Den Haag een startkapitaal van 2.2 miljoen euro (destijds 5 miljoen gulden) toegekend. De stichting bestaat uit mensen uit het bedrijfsleven, vastgoedontwikkeling, bouwprojectontwikkeling en de Stichting Voor de Stad Voor de Club te weten: Martin Verwoert (voorzitter), mr. Harro Knijff, Peter Jager, Paul Kapel, drs. Michel Santbergen, Ruurd de Boer en drs. Roland Smeets. Ook is een Raad van Toezicht geformeerd die toezicht houdt op de ontwikkelingen rond de realisering van het nieuwe stadion. De raad bestaat uit Jan Franssen (Commissaris van de Koningin in de Provincie Zuid-Holland) en Hans Blankert (oud-voorzitter van het NOC*NSF). Het principebesluit om te komen tot de bouw van een nieuw stadion is op 19 oktober 2000 vastgelegd. Op 14 februari 2002 heeft de gemeenteraad tevens het Forepark (Prins Clausplein) aangewezen als de definitieve locatie voor het stadion. Op 14 februari 2003 heeft de Stichting Stadion Ontwikkeling (SSO) het ontwerp gepresenteerd. Dit ontwerp en het bijbehorende programma is door het College van Burgemeester en Wethouders beoordeeld. Het College heeft vervolgens de raad voorgesteld een gemeentelijke bijdrage voor de bouw van het stadion beschikbaar te stellen en geld te bestemmen voor noodzakelijke infrastructurele aanpassingen voor bijvoorbeeld parkeer- en veiligheidsvoorzieningen. De gemeenteraad heeft op 15 mei 2003 met het voorstel van het College ingestemd. In 2003 heeft de SSO een milieuvergunning aangevraagd en de ontwikkelaar Ballast Nedam een bouwvergunning. Als alle procedures zijn doorlopen en de vergunningen zijn verleend, kan de bouw van start gaan. De Milieu Effect Rapportage (MER), die is opgesteld voor de bouw van het nieuwe ADO Den Haag-stadion, concludeerde in januari 2005 dat er geen belemmeringen zijn om dit project in het Forepark te realiseren. Daarom heeft het College van Burgemeester & Wethouders van Den Haag de MER aanvaardbaar verklaard en voor inspraak vrijgegeven. De MER geeft aan dat de noodzaak van de realisatie van het nieuwe ADO Den Haag-stadion in het Forepark voldoende is gemotiveerd en dat er een goede afweging heeft plaatsgevonden ten opzichte van alternatieve locaties. Doel van de MER is mogelijke gevolgen van het nieuwe stadion voor het milieu in beeld te brengen en milieuvriendelijke maatregelen te formuleren. De rapportage richt zich daarbij vooral op de bereikbaarheid per auto en openbaar vervoer, parkeren, verkeersgeluid, luchtkwaliteit, ruimtebeslag, sociale veiligheid en stadiongeluid. Het College van Burgemeester en Wethouders van Den Haag heeft de milieuvergunning op 25 juli 2005 aan de SSO verleend, nadat de Raad van State een eerdere milieuvergunning in januari van dit jaar had vernietigd. Tegenstanders van de milieuvergunning hebben beroep aangetekend tegen de nieuwe vergunning, omdat zij onder meer verslechtering van de luchtkwaliteit vrezen. Daarom hebben zij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verzocht om de milieuvergunning te schorsen. Op dinsdag 18 oktober 2005 bepaalde de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State echter dat de milieuvergunning voor het nieuwe voetbalstadion van ADO Den Haag niet diende te worden geschorst. De milieuvergunning voor het voetbalstadion wordt getoetst aan het nieuwe ‘Besluit luchtkwaliteit 2005’ dat dit jaar in werking is getreden. Een vergunning kan op grond van deze nieuwe regeling worden verleend als door het autoverkeer van en naar het voetbalstadion de luchtkwaliteit ter plaatse niet verslechtert. Uit een deskundigenrapport van TNO leidt de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak af dat het extra verkeer dat op het voetbalstadion zal afkomen, vlak naast de dichtstbijzijnde rijbaan geen reëel effect zal hebben op de bestaande luchtkwaliteit. Midden op de rijbaan is er wel sprake van een gering effect, maar als het midden van de rijbaan bij dit soort projecten als uitgangspunt wordt genomen, kan nagenoeg in geen enkel geval aan de eisen van het ‘Besluit luchtkwaliteit 2005’ worden voldaan. Daar hoeft dan ook volgens de geldende meetvoorschriften niet te worden gemeten. Dat zou een zinvolle toepassing van het ‘Besluit luchtkwaliteit 2005’ en de Europese richtlijn waar deze regeling op is gebaseerd, op voorhand onmogelijk maken. De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak acht het dan ook aannemelijk dat de concentratie van zwevende deeltjes in de buitenlucht als gevolg van de uitstoot van het extra verkeer dat is te verwachten met de aanwezigheid van het nieuwe voetbalstadion, per saldo gelijk blijft. De milieuvergunning hoeft, in afwachting van een definitieve uitspraak van de Raad van State, dan ook niet te worden geschorst. Op woensdag 2 november 2005 gaf de raadscommissie Middelen, Stadsbeheer, Sport en Scheveningen van de Gemeente Den Haag definitief groen licht voor de bouw van het nieuwe stadion. Op woensdag 18 januari 2006 besliste de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat het Haagse College van Burgemeester en Wethouders terecht een milieuvergunning heeft verleend voor het nieuwe stadion van ADO Den Haag. Met deze uitspraak bevestigde de Afdeling bestuursrechtspraak een eerdere, voorlopige uitspraak van haar Voorzitter van 18 oktober 2005. Door de uitspraak van 18 januari jl. is de milieuvergunning voor het nieuwe stadion van ADO Den Haag onherroepelijk geworden. Tegen de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak is geen beroep meer mogelijk. |